Vrede

"De Grote Vrede waarnaar het hart van mensen van goede wil door de eeuwen heen is uitgegaan... en die door de heilige geschriften van de mensheid keer op keer werd beloofd, is nu ten langen leste binnen het bereik der naties gekomen."  
(uit: De Belofte van Wereldvrede, §1)

Maar deze Grote Vrede, die Bahá’u’lláh aanduidt met de “Allergrootste Vrede”, betekent oneindig veel meer dan alleen maar stoppen met oorlog voeren. Dàt is wat de "Kleine Vrede" wordt genoemd: de aanvankelijke wapenstilstand die de volkeren en naties noodgedwongen zullen moeten afspreken, vanwege de dreiging van “onvoorstelbare verschrikkingen” doordat de mensheid vast blijft houden aan oude ideeën en gedragspatronen. Dat staakt-het-vuren zal een belangrijke eerste stap zijn.
Maar alleen door een wapenstilstand die het oorlogsspook moet uitbannen ontstaat er nog geen nieuwe mensenmaatschappij, want de grondoorzaken van onenigheid, agressie en oorlog zijn dan nog niet weggenomen. Daarvoor moet er een geheel nieuwe bodem onder het bestaan van de mens(heid) worden geschoven, en daarvoor zijn de Leringen van Bahá’u’lláh nodig, op weg naar het uiteindelijke doel: de vereniging van alle volkeren der aarde in één wereldwijde familie.
"Bahá'u'lláh's hoofdmissie met Zijn verschijnen op dit tijdstip in de menselijke geschiedenis, is de realisering van de eenheid van de mensheid en de vestiging van vrede onder de naties..."

Het is niet realistisch te denken dat de mensheid zelf ooit alle ideeën én de drijvende kracht zal produceren om die universele en blijvende vrede tot stand te brengen, want het is juist die mensheid die zichzelf naar de rand van de afgrond loodst. Over de komende weg naar vrede en de noodzakelijke voorwaarden, leest u meer in deze publicaties:

De Belofte van Wereldvrede
Een verklaring van het internationale Bahá'í Bestuurscentrum.
"Wereldvrede is niet alleen mogelijk, maar zelfs onvermijdelijk. Ze is het volgende stadium in de evolutie van onze planeet..."
Wat is er al bereikt en wat is nog dringend nodig? Welke rol speelt religie daarbij?
Deze verklaring verscheen in 1985 en is destijds aan alle regeringen en wereldleiders aangeboden.

Het Vraagstuk van Universele Vrede [Tafel van de Vrede]
In 1919 schreef 'Abdu’l-Bahá - zoon van Bahá’u’lláh - een brief aan de toenmalige Centrale Organisatie voor een Duurzame Vrede, in Den Haag.
Geschreven in de stijl van bijna 100 jaar geleden, geeft deze brief - ook wel: "Tafel aan Den Haag" genoemd - een opmerkelijk actuele visie op de vereisten voor het vestigen van wereldvrede.
In 2019/20 is deze brief herdacht, o.a. in het Vredespaleis in Den Haag, dat uitgegroeid is tot een internationaal symbool van Vrede en Recht.